|
maandag, 12 oktober 2009 |
De oktober 2009-uitgave van Op de rails is 48 pagina's dik. Op de Rails is het tijdschrift van de Nederlandse Vereniging van Belangstellenden in het Spoor- en Tramwezen (NVBS). Het is niet in de kiosk te koop, maar wordt leden toegestuurd en kan via de website worden besteld.
In dit nummer de volgende artikelen:
- Railnieuws (9 pags)
- Spoor buitenland (5 pags)
- Tram binnenland (3 pags)
- Tram buitenland (2 pags)
- Het Amsterdamse tramnet uitgebreid (4 pags)
- Septemberstoom (2 pags)
- De Duitse Krokodil (deel 2) (8 pags)
- Belgische minitrambedrijven: kleintjes langs de kust (5 pags)
- Voorstadsverkeer rond Melbourne (5 pags)
- Verenigingsnieuws-boeken (3 pags)
- Bonte Beneluxtreinen (1 pag)
De website van de NVBS (www.NVBS.com) meldt over dit nummer
Plannen voor de toekomst: Het Amsterdamse tramnet uitgebreid
door Frits van der Gragt
Sinds enkele jaren is het gebruikelijk dat het GVB voorstellen tot verbetering van lijnenloop en dienstregeling van het net bekendmaakt. Het is echter opmerkelijk dat in de
plannen voor de dienstregeling 2009/2010 voor het eerst sinds lange tijd gewag wordt gemaakt van uitbreidingen van het tramnet, zij het op langere termijn.
Het GVB is vooral over de omzetting op tram van het westelijke deel van buslijn 15 positief; andere uitbreidingen worden aangeduid met ’kan’ of ’is mogelijk’. De meeste
tramplannen waren al bekend of door andere groeperingen gesuggereerd, zoals de Amsterdamse Raad voor de Stedenbouw, maar meestal wordt hierop nauwelijks door de
stadsregio gereageerd.
De Stadsregio zal hiervoor de financiën ter beschikking moeten stellen en als het GVB met goede argumenten komt (bijvoorbeeld stijgende vervoercijfers op een buslijn of
omvangrijke woningbouw in een wijk), wordt de kans op verwezenlijking groter.
Septemberstoom
door Rein Korthof
In de eerste twee weken van september was een groot aantal stoomlocomotieven actief. Ter gelegenheid van diverse activiteiten hebben ze met extra treinen door
Nederland gereden. De rode draad was ’Volldampf durch Holland’, een door IGE BahnTouristik georganiseerde stoomreis. Van 5 tot en met 10 september maakten fans van
het Duitse televisieprogramma Eisenbahn-Romantik een door IGE BahnTouristik georganiseerde stoomreis naar en door Nederland.
De uit vier zitrijtuigen en een restauratierijtuig bestaande trein kwam achter loc 01 1066 van de Ulmer Eisenbahnfreunde naar Emmerich, waar de 23 071 van de Veluwse
Stoomtrein-Maatschappij (VSM) als voorspan werd aangekoppeld vanwege de noodzaak van een ATB-installatie. Via Arnhem, Zutphen en Apeldoorn arriveerde de trein in
Beekbergen, van waaruit het jaarlijkse VSM-evenement ’Terug naar Toen’ werd bezocht.
De Duitse Krokodil (deel 2)
door Sjoerd Bekhof en Raymond Kiès
Nadat het treinverkeer in hert oosten van Duitsland met elektrische tractie in 1945 weer voorzichtig was begonnen, verordonneerde de Russische bezetter dit direct te
beëindigen. Het complete park moest als Reparationsleistung worden overgedragen.
Alles wat enigszins bruikbaar was, werd geconfisqueerd en afgevoerd. In totaal kwamen 25 E94’en in Rusland terecht. Volgens de boeken waren er na het einde van de
Tweede Wereldoorlog ook 51 locomotieven in Oostenrijk. Door verhuizingen, oorlogsverliezen en reparaties was het bestand door elkaar geraakt. Uiteindelijk bleken 47
machines te zijn achtergebleven op Oostenrijks grondgebied.
Hiervan zijn er twee teruggegeven aan Duitsland; een werd gesloopt om aan de noodzakelijke reserveonderdelen te komen. De overige machines werden opgeknapt; de
laatste kwam in 1952 in dienst. In 1954 voerde de ÖBB een nieuw nummersysteem in, waarin de E94’en het serienummer 1020 kregen. In hetzelfde jaar stelde de ÖBB zelfs
nog drie nieuw gebouwde machines in dienst.
Belgische minitrambedrijven: kleintjes langs de kust
door Gerard Stoer
Pas in de laatste decennia van de negentiende eeuw werd de Belgische kust als toeristische attractie ontdekt en daarmee ontstond ook een bereikbaarheidsprobleem voor
de vakantiegasten en hun bagage. Sommige gemeenten en particuliere ondernemers hadden niet het geduld op initiatieven van de NMVB te wachten en stichtten een eigen
paardentramlijn om de stoomtram of het spoorstation met de hotels aan de kust te verbinden.
Dit gebeurde op vier plaatsen en in alle gevallen waren het duidelijk tussenoplossingen. De vier paardentramtrajecten, die de eerste toeristische voorzieningen aan de kust
moesten ontsluiten, werden na kortere of langere tijd toch door de NMVB-tram vervangen en uiteindelijk zijn ze allemaal in het elektrische kustnet opgenomen. Twee van
deze lijntjes hebben nog steeds hun elektrische equivalent.
Voorstadsverkeer rond Melbourne
door Maurits van den Toorn
Australië roept bij treinliefhebbers het beeld op van lange dieseltreinen en grote leegte. Terecht, maar er is op spoorweggebied meer dan dat. Rond de belangrijkste steden
bestaan grote voorstadsnetten. Dat van Melbourne is niet alleen het oudste, het is ook het eerste dat al kort na de Eerste Wereldoorlog werd geëlektrificeerd. De
geschiedenis van de spoorwegen rond Melbourne begint relatief vroeg.
Op 12 september 1854 reed de eerste trein in Australië van Melbourne naar Sandridge, het huidige Port Melbourne, over een traject van iets meer dan vier kilometer.
Ondanks de bescheiden lengte van de spoorlijn was de aanleg zeker geen slechte prestatie, want de stad bestond op dat moment nog maar net twintig jaar. Het was een
periode van snelle groei doordat kort tevoren in de buurt goud was gevonden.
Het aantal inwoners en de economische activiteit namen razendsnel toe, evenals het aantal spoorlijnen. |